Francis Cabrel: Je t'aimais, je t'aime et je t'aimerai

 

Je naakte lijfje op het grind

Door je verwarde haren waait de wind

Als de lentezon die op mijn huid brandt

Een uit een kistje gevallen diamant

De schuilplaats die ons geheim bewaart

Wordt enkel door het licht ontwaard

Je handje dat tussen mijn vingers glijdt

Ik heb je lief, nu en voor altijd

 

En waar je ook zult gaan

Mijn liefde zal er altijd zijn

In elk hoekje van je bestaan

Elke droom, twijfel of pijn

Een regen van liefde, puur en fris

Die alleen voor jou bestemd is

De hemel beweert dat hij weet wie je bent

’t is vast omdat hij je schoonheid herkent

De hemel, op afstand, laat zich met niemand in

Maar is gevangen in jouw web, als een weerloze spin

 

De wereld is zo in berouw gehuld

Zo veel beloftes, zo veel schuld

Voor mij is er slechts één ding om voor te leven:

De liefde die je altijd zal geven

En waar je ook zult gaan

Mijn liefde zal er altijd zijn

In elk hoekje van je bestaan

Elke droom, twijfel of pijn

Een regen van liefde, puur en fris

Die alleen voor jou bestemd is

 

Samen gaan we het leven tegemoet

In onze ogen schijnt dezelfde gloed

Voor dit leven en dat van hierna

Ben jij de reden waarom ik besta

Ik zal jouw portret door de wereld laten reizen

Het schilderen op het plafond van alle paleizen

Op alle muren die ik vind

En eronder zal ik schrijven, mijn kind

Dat alleen het licht onze gebaren kent…

 Mijn hand die de jouwe vasthoudt

Weet dat ik altijd van je houd

Mon enfant, nue sur les galets,
Le vent dans tes cheveux défaits,
Comme un printemps sur mon trajet,
Un diamant tombé d'un coffret.
Seule la lumière pourrait
Défaire nos repères secrets
Où mes doigts pris sur tes poignets,
Je t'aimais, je t'aime et je t'aimerai...

Quoi que tu fasses, l'amour est partout ou tu regardes
Dans les moindres recoins de l'espace,
Dans le moindre rêve ou tu t'attardes
L'amour, comme s'il en pleuvait,
Nu sur les galets...
Le ciel prétend qu'il te connait
Il est si beau c'est sûrement vrai.
Lui qui s'approche jamais
Je l'ai vu pris dans tes filets.

Le monde a tellement de regrets
Tellement de choses qu'on promet.
Une seule pour laquelle je suis fait
Je t'aimais, je t'aime et je t'aimerai...

Quoi que tu fasses, l'amour est partout ou tu regardes,
Dans les moindres recoins de l'espace,
Dans le moindre rêve ou tu t'attardes.
L'amour, comme s'il en pleuvait,
Nu sur les galets...

On s'envolera du même quai
Les yeux dans les mêmes reflets,
Pour cette vie et celle d'après
Tu seras mon unique projet.
Je m'en irai poser tes portraits
A tous les plafonds de tous les palais,
Sur tous les murs que je trouverai
Et juste en-dessous j'écrirai
Que seule la lumièrepourrait...

Et mes doigts pris sur tes poignets,
Je t'aimais, je t'aime et je t'aimerai...

 

 

 

1 stem. Gemiddeld 5.00 van 5.